
Elektrische trekkers? Zijn er niet. Veenvrije potgrond? Lastig verhaal. Maar ondernemerschap laat zich niet stoppen. Out of the box denken, lef hebben en gaan! Bij Voets Tractoren en Werktuigen in Hazerswoude-Dorp en potgrond-specialist Culvita in Hazerswoude-Rijndijk hebben ze nu heel blije klanten.
Je doet in landbouwmachines en klanten vragen om elektrische tractoren. Je leverancier heeft ze niet, dus wat doe je dan? Zelf bouwen. Broers Arnold en Wijnand Voets uit Hazerswoude-Dorp hebben er inmiddels drie in het assortiment. Ondernemers zijn van ‘aanpakken en doorpakken’, maar dit klinkt wel heel doortastend. De elektrische tractoren van de broers Voets verschijnen zelfs onder het label van hun leverancier, de Amerikaanse gigant New Holland. Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen?
Arnold (35): “Drie jaar geleden heeft New Holland het prototype van een elektrische tractor ontwikkeld, de T4 met 75 pk. Alleen is die nooit op de markt gebracht. Maar wij hadden wel vraag naar elektrische trekkers.” New Holland, een internationaal beursgenoteerd bedrijf, is hun vaste leverancier. Voets Groep, met drie vestigingen, is officiële dealer van New Holland, genoemd naar het gelijknamige dorpje in Pennsylvania, waar de machinebouwer in 1895 van start ging. Tegenwoordig is New Holland eigendom van Fiat.
Familiebedrijf Voets werd opgericht in 1932 en heeft naast de hoofdvestiging in Hazerswoude-Dorp ook vestigingen in Hoofddorp en Wieringerwerf. De broers zijn de vierde generatie binnen het bedrijf en beide directielid.
Zero-emissie eisen
Wijnand (31): “Dat die elektrische trekker niet beschikbaar kwam, was voor ons heel lastig. Duurzaamheid is een groot thema in Nederland. Klanten van ons die voor gemeentes werken, krijgen in de aanbesteding al te maken met zero-emissie-eisen. Dat gaat niet met een trekker op diesel. Dus onze klantenmarkt stond ook onder druk.”
Een vaste klant meldde zich, er lag veel werk bij gemeentes, maar dan wel elektrisch. Konden ze hem helpen? Arnold: “We dachten: hoe gaan we dit oplossen? Onze klant wilde bij ons blijven. Als familiebedrijven doen we al heel lang zaken met elkaar. We willen onze klanten ten dienste zijn, maar aanbod hadden we niet.” De koppen werden bij elkaar gestoken, samen met Rotink Engineering. De broers: “Rotink is ook New-Holland dealer, in een ander deel van het land. En zij hebben bovendien een constructieafdeling. We besloten samen om zelf een elektrische trekker te bouwen, geheel in lijn van New Holland.”
De landbouwgigant vond het goed dat hun merknaam werd gebruikt, gezien de kwaliteit van het product. Een groot compliment. “We gebruikten als basis een bestaande tractor van New Holland, haalden de dieselmotor eruit en bouwden er een elektromotor met accu in. De New Holland Boomer 40E Electric was geboren.”
Voorop met duurzaamheid
Het was ‘pionieren’, maar iedereen was bereid om ervoor te gaan, zeggen de broers. “De internationale vraag naar elektrische tractoren is zo laag, dat het voor New Holland niet rendabel was om hun prototype in productie te nemen. In Nederland lopen we echter voorop met duurzaamheid, dus hier was die vraag er wel. Echter, Nederland is vergeleken met de Amerikaanse markt natuurlijk heel klein. Ook was hun prototype met 75 pk eigenlijk te zwaar. Onze klanten doen bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden bij voetbalvelden, daar kan je niet zwaarder gaan dan 50 pk, anders zakt die trekker weg.”
De actieradius van hun eigen zelfontwikkelde trekker was nog wel een uitdaging, zeggen de broers. “Het was de bedoeling dat je een hele dag met de trekker kan werken, zonder dat halverwege de accu leeg is. Dat lukte eerst absoluut niet. De oplossing was om een accupakket voorin de trekker te bouwen en een externe accu toe te voegen, om zo een volledige werkdag te realiseren.”
Hun elektrische trekker heeft inmiddels nog twee andere uitvoeringen. Een lichtere 25 pk-trekker, zonder cabine, en een iets zwaardere 55 pk-uitvoering. “Onze klanten in het zero-emissie segment zijn heel blij en tevreden. En wij natuurlijk ook. Het gaat nu nog om een kleine klantengroep, maar we vinden het heel belangrijk om dit te kunnen bieden.”
Potgrond onder druk
Een stukje verderop, in Hazerswoude-Rijndijk, is Ton van Wetten (65) al net zo bevlogen. Hij is expert in potgrond en met Culvita actief voor de professionele tuinbouw. Potgrondproducent Culvita bestaat al zo’n tachtig jaar en is een gevestigde naam, ook bij de kwekers in de Greenport Boskoop.
Over potgrond is al jaren veel te doen, want traditioneel bevat potgrond veen, ook wel turf genoemd, en het gebruik hiervan staat onder druk. Veen bestaat uit eeuwenoude grondlagen waarbij op natuurlijke wijze het broeikasgas CO2 wordt opgeslagen, maar bij afgraven komt die CO2 alsnog vrij in de atmosfeer. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan naar veenvervangers voor potgrond.
Bij Culvita werken ze met een wel heel bijzondere oplossing: koeienmest. Een win-win situatie, volgens potgrondspecialist Ton.
“Mest is een uitstekende vervanger gebleken, al kun je het niet rechtstreeks uit de stal bij de plant gooien. Je moet het eerst scheiden: de dikke fractie moet gescheiden worden van de drijfmest. Dat gebeurt met een speciale machine, bij de boeren zelf op het bedrijf.”
Oplossing mestoverschotten
Er wordt al jaren geëxperimenteerd met allerlei mogelijke vervangers voor veen, maar mest blijkt een cruciale eigenschap te hebben, die andere vervangers missen. “Uniek aan mest is dat het water opneemt en vervolgens afstaat aan de plant, dat doet veen ook. De mest ziet er zelfs uit als veen.”
Voor boeren is het een geweldige oplossing, gezien de mestoverschotten, zegt de expert. “Zij moeten hun mest afvoeren en dat is erg duur. Door mest nu te gebruiken voor potgrond hebben we een duurzame en circulaire oplossing voor het mestprobleem. Wij betalen de boer voor het product, waardoor zij enorm geholpen zijn en wij ook.”
Veel kwekers zijn bezig met veenarm of veenvrij telen. Hij ziet het jaarlijks toenemen, zegt Ton. ,,In Nederland lopen wij hierin voorop. Veenvrije potgrond is echter geen standaardproduct. Voor consumenten bestaat wel een universele veenvrije potgrond, maar voor de professionele tuinbouw wordt alles op maat gemaakt, afgestemd op de plantensoorten en teeltwijze.”
Hoe dat in zijn werk gaat? Eerst wordt een basismengsel gemaakt, vertelt de specialist. “Bijvoorbeeld met kokos, boomschors, houtvezel, compost of miscanthus, dat is olifantengras, en dan de dikke fractie erbij.” De potgrondexpert weet waar hij het over heeft, ook wat betreft de teelt. “Mijn basis, ook qua opleiding, ligt in de boomkwekerij. Ik ben dus goed bekend met allerlei soorten teelt, of het nu magnolia, hulst of heesters zijn.”
Belangstelling kwekers
De belangstelling voor potgrond met koemest als veenvervanger is groot. “Veel kwekers zijn geïnteresseerd. Ze komen hier voor een goed gesprek en kunnen vervolgens een mengsel uitproberen, wat aansluit bij hun teelt, als kleinschalige proef.”
Hij heeft veel contact met de Greenport Boskoop en met agrarisch kennis- en adviesbedrijf Delphy in Hazerswoude, dat onderzoek doet naar veenvrij telen. “Veenvrij telen is zeer actueel. Kwekers doen dit enerzijds omdat de markt er om vraagt: bepaalde afzetmarkten stellen steeds meer eisen aan veenvrije planten. Maar daarnaast zijn kwekers zelf ook vaak zeer gemotiveerd, vanuit hun eigen ‘groene’ gevoel.”
Omdat Voets en Culvita allebei actief zijn in de land- en tuinbouw, zijn de bedrijven goed bekend met elkaar. Ton: “Voets als bedrijf is natuurlijk een begrip. De jongens ken ik ook persoonlijk, want mijn zoon is met hen bevriend.” Andersom weten Arnold en Wijnand van de veenvrije potgrond met mest. “Veel boeren voelen druk en onzekerheid in hun huidige bestaan. Dat mest nu een duurzame oplossing wordt, is om allerlei redenen heel positief.”
TEKST: MORVENNA GOUDKADE. FOTO’S: ROB LAMPING.