Niets is wat het lijkt!

Daar zaten ze dan, moeder en dochter, volledig ontredderd, radeloos, niet wetend waar ze het moesten zoeken. Ze dachten toch misschien bij mij?

Na het overlijden van vader was de dochter de weg kwijt geraakt en tot overmaat van ramp ook nog haar baan. Uiteindelijk was ze in de bijstand terecht gekomen. Na jarenlang vruchteloos solliciteren had ze toch een nieuwe baan gevonden in de horeca. Maar deze keer gooide corona roet in het eten, dus het spook van de bijstand doemde al weer op.

Moeder en dochter waren ten einde raad toen onlangs de medewerker van het UWV zomaar uit het niets had gevraagd naar het testament van vader. De eerste reactie was er één van: ‘waar bemoeien ze zich mee!?’

Vader en moeder hadden ooit een langstlevende testament gemaakt. Alles was voor en van moeder, toch? Het testament zorgde er inderdaad voor dat alles voor de langstlevende was. Echter, wat men zich niet realiseert is dat de kinderen wel recht hebben en houden op het erfdeel, maar dat deze wordt omgezet in een vordering, noem het maar een tegoedbon, of zoals u wilt een voucher. En zo ook in dit geval.

De overijverige UWV-er was onverbiddelijk. Nu dochterlief gebruik had gemaakt van de bijstand had ze moeten opgeven dat ze over vermogen beschikte. ‘Vermogen’, had ze geroepen, ‘welk vermogen?’ Jaarlijks had ze laten zien dat er niets op de bank stond. Een blinde had nog wel kunnen zien dat ze echt geen nagels had om aan haar kont te krabben.

Hij legde haar uit dat ze dus wel vermogen had, namelijk het nog niet uitgekeerde erfdeel, inderdaad de tegoedbon. Het kwam erop neer dat indien ooit deze tegoedbon werd uitbetaald (bij overlijden van moeder dus) de destijds genoten bijstandsuitkering moest worden terugbetaald.

Daar dook al het eerste probleem op. Hoe groot is dan de tegoedbon? Na het overlijden van pa had het erfdeel moeten worden vastgesteld. Maar ja, dat was nooit gebeurd. Alsnog zou dat moeten gebeuren, waarbij het UWV uiteraard kritisch zou gaan meekijken.

Het tweede probleem zit in de erfenis van moeder. Zou de dochter ooit dit erfdeel krijgen, en dus over vermogen beschikken, dan zou ook op dit geld eerst ingeteerd moeten worden voordat er een uitkering komt. De enige oplossing was dochter te onterven, vonden moeder en dochter. Ze hadden ooit een verhaaltje van mij gelezen dat dat toch kan, onterven?

Inderdaad, onterven kan. Maar een onterfd kind heeft vijf jaar de tijd een beroep te doen op de zogenaamde legitieme portie. Alsdan heb je recht op de helft van hetgeen je normaal zou hebben gekregen. De dochter was vast van plan nooit dat beroep te doen op de legitieme! Probleem opgelost, zou je denken. Jammer dus, de dochter moet, indien zij een uitkering wil krijgen, een beroep doen op de legitieme.

In ieder geval werd er een testamant gemaakt waarbij de dochter inderdaad niet meer krijgt dan de legitieme portie. De rest van vader, ja, das verloren geld. Indien vader misschien een ander testament had gemaakt met bijvoorbeeld een afvullegaat, had naast besparing van erfbelasting ook wellicht meer geld gered kunnen worden uit de klauwen van de overheid.

Niets is wat het lijkt. Denk je het goed geregeld te hebben, pakken de dingen toch anders uit.

Reacties (0)

U moet Inloggen om te reageren

Er zijn nog geen reacties achter gelaten.